Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4003.

5.2 Middelonderdeel I.1 keert zich tegen 's hofs oordeel dat de draagkracht van [AB] moet worden berekend door het totale beloop van de voor hem uit de overeenkomst voortvloeiende (maximale) verplichtingen te delen door het aantal maanden waarvoor de overeenkomst is aangegaan (rov. 4.17). Het middelonderdeel klaagt dat in dit oordeel besloten ligt de opvatting dat van [AB] - wiens verplichtingen vooralsnog zouden zijn beperkt tot het maandelijks betalen van rente - gevergd kon worden dat hij maandelijks een bedrag zou reserveren met het oog op de mogelijkheid dat de verkoopopbrengst van de geleaste effecten bij de beëindiging van de overeenkomst niet toereikend zou zijn voor de terugbetaling van het geleende bedrag (het restschuldrisico). Dit oordeel miskent, aldus het middelonderdeel, dat Dexia, indien zij, zoals zij had behoren te doen, inlichtingen over de inkomens- en vermogenspositie van haar beoogde wederpartij, zoals in casu [AB], zou hebben ingewonnen, aan de hand daarvan niet alleen had moeten nagaan of die wederpartij naar redelijke verwachting steeds de rentetermijn zou kunnen voldoen, maar - naar [AB] heeft gesteld - ook had moeten onderzoeken of die wederpartij over voldoende vermogen beschikte om bij de beëindiging van de overeenkomst een restschuld te kunnen betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfdf44bd2a762dba9aa85c1ec17e3fed982202f0e7e287d544bae53334a32159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfdf44bd2a762dba9aa85c1ec17e3fed982202f0e7e287d544bae53334a32159, en de alinea staat in dat document op bytes 74430 tot 75747.