Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4003.
Gelet op de inhoud en de strekking van de op Dexia rustende waarschuwingsplicht, moet bij de beantwoording van de vraag wat van een aanbieder als Dexia moet worden gevergd in het kader van haar verplichting onderzoek te doen naar het inkomen en vermogen van de particuliere belegger en vervolgens het aangaan van de overeenkomst te ontraden ingeval de uitkomsten van dat onderzoek aan het licht brengen dat de overeenkomst een onaanvaardbaar zware last op de belegger legt, in aanmerking worden genomen dat op Dexia tevens deze zelfstandige waarschuwingsplicht rust die de particuliere belegger bescherming beoogt te bieden tegen het risico van een restschuld. Bij de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van een onaanvaardbaar zware last die meebrengt dat op Dexia de verplichting rust het aangaan van de overeenkomst te ontraden, en bij het formuleren van een vuistregel terzake, zal met andere woorden in aanmerking genomen mogen worden dat Dexia de belegger indringend diende te waarschuwen tegen het risico van een restschuld, zodat de belegger reeds in zoverre wordt beschermd tegen het lichtvaardig op zich nemen van een restschuldrisico dat hij niet kan of wil dragen. Bij schending van deze zorgplicht door Dexia krijgt de belegger immers de restschuld vergoed, zij het dat een derde daarvan voor zijn eigen rekening blijft op grond van 'eigen schuld'. Daarom mocht het hof bij de formulering van de vuistregel ter beantwoording van de vraag in welke gevallen sprake is van een onevenredig zware last, uitgaan van de totale leasesom om vervolgens de omvang te bepalen van de financiële last die de overeenkomst wordt geacht per maand op de wederpartij te hebben gelegd door de totale leasesom te delen door het aantal maanden waarvoor de overeenkomst is aangegaan om aan de hand daarvan te kunnen beoordelen of de overeenkomst een onevenredig zware last op de wederpartij zou leggen in welk geval op Dexia de verplichting rustte het aangaan van de overeenkomst te ontraden. Bij het formuleren van de vuistregel behoefde het hof niet tot uitgangspunt te nemen dat reeds sprake is van een onaanvaardbaar zware last ingeval de wederpartij een eventueel bij (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst ontstane (maximale) restschuld naar redelijke verwachting niet uit zijn inkomen en/of vermogen zou kunnen voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfdf44bd2a762dba9aa85c1ec17e3fed982202f0e7e287d544bae53334a32159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfdf44bd2a762dba9aa85c1ec17e3fed982202f0e7e287d544bae53334a32159, en de alinea staat in dat document op bytes 87900 tot 90248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfdf44bd2a762dba9aa85c1ec17e3fed982202f0e7e287d544bae53334a32159 | shasum -a 256