Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4026.
1.2 [Verzoeker] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het hof te Arnhem (nevenzittingsplaats Leeuwarden). Het hof heeft de zaak ter zitting van 6 oktober 2010 inhoudelijk behandeld. Bij arrest van 14 oktober 2010 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Naar 's hofs oordeel is voldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] tijdens zijn uitkeringsperiode werkzaamheden heeft verricht, waarvoor hij persoonlijk geld heeft ontvangen en waarvan hij geen melding heeft gemaakt, noch aan UWV noch aan de bewindvoerder. Aangezien [verzoeker] zelf verantwoordelijk is voor het verschaffen van alle informatie die van belang kan zijn voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling, derhalve ook het verrichten van werkzaamheden al dan niet tegen een vergoeding, is het hof van oordeel dat het [verzoeker] kan worden toegerekend dat hij betaalde of op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht tijdens de uitkeringsperiode en hier geen melding van heeft gemaakt aan UWV en de bewindvoerder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/557ca6ca149c1b450f4576c4eb2f4cd11810d8688d314a99e4457ec1913d7992. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 557ca6ca149c1b450f4576c4eb2f4cd11810d8688d314a99e4457ec1913d7992, en de alinea staat in dat document op bytes 5218 tot 6259.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/557ca6ca149c1b450f4576c4eb2f4cd11810d8688d314a99e4457ec1913d7992 | shasum -a 256