Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4387.
17. In aanmerking genomen dat de proeftijd is verstreken op 28 augustus 2006, terwijl de Officier van Justitie op 25 oktober 2006 (voor de eerste maal) de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 13 augustus 2004 voorwaardelijk opgelegde geldboete heeft ingediend bij de griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch, is de vordering ingediend binnen drie maanden na het verstrijken van de proeftijd. Nu van schending van art. 14g, vijfde lid, Sr geen sprake is, heeft het Hof het Openbaar Ministerie terecht ontvankelijk geacht in bedoelde vordering. Anders dan de stellers van het middel aanvoeren, doet hieraan niet af dat de Officier van Justitie nadien (op 12 juni 2007 en op 25 juni 2007) nog twee ter zake van dezelfde voorwaardelijke veroordeling een "vordering na voorwaardelijke veroordeling" heeft ingediend. Deze latere vorderingen brengen immers niet met zich mee dat de eerder (tijdig) ingediende vordering ten aanzien van de in art. 14g, vijfde lid, Sr bedoelde termijn buiten beschouwing dient te worden gelaten. Ook de omstandigheid dat aan de verdachte - na de betekening van de oproeping voor de behandeling van die vordering in eerste aanleg - tot twee keer toe een nieuwe oproeping onder intrekking van de oude oproeping is toegezonden, maakt dit niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89f7e793b35133c9bad51ff285250fe8a2e4d83b3622906fa09029ed7f47bafd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89f7e793b35133c9bad51ff285250fe8a2e4d83b3622906fa09029ed7f47bafd, en de alinea staat in dat document op bytes 22009 tot 23314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89f7e793b35133c9bad51ff285250fe8a2e4d83b3622906fa09029ed7f47bafd | shasum -a 256