Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4454.

2.13 Dat onder het regime van de Pw een verplichting tot tijdsevenredige verwerving ontbreekt, heeft een neveneffect in de kostensfeer. Met het vervallen van de evenredigheidsnorm voor premieovereenkomsten in de Pw is het percentage (per tijdseenheid) van de premie bestemd voor dekking van kosten grotendeels ongereguleerd geraakt, met als gevolg dat de kosteninhoudingen weer in de tijd naar voren worden gehaald. Deze situatie drukt het rendement van de inleg met de in potentie grootste investeringsduur. Vanuit het perspectief van de pensioenuitvoerder een begrijpelijke wijze van handelen vanwege de relatief vroegtijdige zekerheid over de financiering van de gemaakte en geraamde kosten, maar voor de deelnemer heeft dit tot gevolg dat de renderende premie in de eerste periode lager zal zijn dan in een latere periode. Vooral bij vroegtijdige beëindiging van het deelnemerschap wordt het kosteneffect doorgaans direct zichtbaar en kan het dus zijn dat maar weinig pensioen is verworven, omdat de kosten in de eerste jaren van de pensioenopbouw zodanig hoog zijn dat van evenredige opbouw en financiering geen sprake meer is(18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386, en de alinea staat in dat document op bytes 39185 tot 40335.