Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4454.

Naar aanleiding van hetgeen [eiseres] in de cassatiedagvaarding (toelichting onder 5.18.4 en 5.18.5) aanvoert, teken ik terzijde nog aan dat voor de gelding van het bestreden oordeel in beginsel niet ter zake doet om welke reden bij de aanvang van het deelnemerschap van een lager voor inleg beschikbaar premiedeel sprake is. In de genoemde passages van de toelichting suggereert [eiseres] mijns inziens ten onrechte dat een stijgende premie wegens de "jaren" wél, maar een stijgende premie wegens een uiteenlopende kostenonttrekking niet toelaatbaar zou (kunnen) zijn, en dat een dergelijke kostenonttrekking zeker ontoelaatbaar is als het daarbij gaat om de beloning van een tussenpersoon. Uiteindelijk komt het slechts aan op het beschikbare premiedeel en op de vraag of daarmee een tijdsevenredige opbouw kan worden gerealiseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386, en de alinea staat in dat document op bytes 65786 tot 66633.