Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4454.

Het valt, óók in het licht van de in de cassatiedagvaarding vervatte toelichting, in het bijzonder onder 5.18.14-5.18.16, niet zonder meer in te zien waarom het hof uit die berekeningen niet zou hebben kunnen afleiden dat van een evenredige pensioenopbouw sprake is. Dat, zoals in die toelichting wordt aangevoerd, die berekeningen zijn gebaseerd op het (voorbeeld)kapitaal en de totale kosten na het doorlopen van de gehele looptijd (en hogere kosten vervolgens zijn "weggemiddeld"), leidt mijns inziens niet tot een onjuiste beoordeling van de tijdsevenredigheid, nu die tijdsevenredigheid zich slechts laat vaststellen aan de hand van het vermoedelijke eindresultaat en een evenredige (zo men wil: lineaire(29)) verdeling van dat eindresultaat over de gehele looptijd, die het mogelijk maakt voor ieder moment gedurende die looptijd een tijdsevenredig kapitaal (de bedragen B en E) te berekenen, waartegen het op dat moment gefinancierde (voorbeeld)kapitaal (de bedragen C en D) kan worden afgezet. Evenmin valt in te zien waarom (zoals in de toelichting onder 5.18.6 gesuggereerd) de (door [eiseres] overigens erkende) rekenkundige evenredigheid niet dezelfde evenredigheid zou zijn als die bedoeld in art. 7a PSW, en waarom de voortijdige beëindiging van het deelnemerschap van [eiseres] en het feit dat haar alleen de hogere kosten in rekening zijn gebracht en zij niet heeft kunnen profiteren van de lagere kosten in de latere jaren en van het gemiddelde evenredige kostenniveau, bij een overigens gegeven rekenkundige tijdsevenredigheid, aan de in art. 7a PSW bedoelde evenredigheid zouden afdoen. De tijdsevenredigheid van de pensioenopbouw en de financiering daarvan worden bepaald door het eindresultaat en het tempo waarin naar dat eindresultaat wordt toegewerkt; of de verzekering al dan niet tussentijds wordt beëindigd, maakt voor het al dan niet tijdsevenredig zijn van de pensioenopbouw en de financiering tot het moment van beëindiging geen verschil. Dat art. 7a PSW juist ook bescherming zou beogen van degene die tussentijds vertrekt (cassatiedagvaarding onder 5.17 ad (4)), vindt mijns inziens in de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling geen steun; kennelijk beoogde de wetgever met het verbod van uitstelfinanciering (en het voorkomen van ontduiking daarvan door middel van een tijdsonevenredige pensioenopbouw) vooral de bescherming van zittende deelnemers in ondernemingspensioenfondsen in een situatie waarin de onderneming in financiële problemen komt of zelfs failliet gaat terwijl de tijdsevenredige rechten nog niet (volledig) zijn opgebouwd en afgefinancierd(30). Anders dan de cassatiedagvaarding onder 5.18.8 suggereert, kan in dit verband ook geen beslissende betekenis toekomen aan de wijze waarop in de toelichting op het amendement Omtzigt en Spekman(31) het op dat moment al niet meer geldende art. 7a PSW wordt "ingekleurd" met de opmerking, dat met het voorgestelde art. 17a Pw "de bescherming van de werknemer weer op het oorspronkelijke betere niveau wordt gebracht van de Pensioen- en spaarfondsenwet." Art. 7a PSW bepaalde (anders dan art. 17a Pw) niets over de in rekening te brengen kosten en had slechts consequenties indien door de doorberekening van die kosten in de premie de tijdsevenredigheid van de pensioenopbouw en de financiering werd aangetast; van een onder art. 7a PSW geldende verplichting de kosten evenredig in tijd over de volledige looptijd door te berekenen (waarbij, in geval van tussentijdse beëindiging van de deelneming, de resterende kosten volgens de toelichting op het amendement overigens in het geheel niet meer in rekening kunnen worden gebracht), was onder vigeur van de PSW nimmer sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386, en de alinea staat in dat document op bytes 70326 tot 74025.