Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4454.

Overigens moet worden bedacht dat de toetsing van de tijdsevenredigheid van de pensioenopbouw en de financiering daarvan vaststellingen en waarderingen van feitelijke aard vergt, die in beginsel aan het hof als feitenrechter waren voorbehouden en in cassatie slechts marginaal op begrijpelijkheid kunnen worden getoetst. Het is, mede gelet op het feit dat de gehanteerde en door het Verbond van Verzekeraars aanbevolen rekenmethode in overleg met de Pensioen- en Verzekeringskamer is opgesteld, niet onbegrijpelijk dat het hof zich bij de berekeningen van Legal & General heeft aangesloten. Om dezelfde reden is evenmin onbegrijpelijk dat het hof de berekeningen van Legal & General heeft laten prevaleren boven de berekeningen van [eiseres], waaraan geheel andere uitgangspunten ten grondslag liggen; zo wordt daarin de vraag naar de tijdsevenredigheid gerelateerd aan de vraag of over de verschillende jaren van een gelijk investeringspercentage sprake is, waarbij wordt geïnsisteerd op het uitgangspunt dat slechts een gelijke verdeling van de kosten over de gehele looptijd in tijdsevenredigheid van de pensioenopbouw kan resulteren (zie onder meer memorie van grieven onder 3.20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386, en de alinea staat in dat document op bytes 74033 tot 75241.