Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4454.

2.7 Achtergrond van de uitsluiting van premieovereenkomsten in art. 17 Pw is dat de aard van een premieovereenkomst zich ertegen verzet een tijdsevenredige opbouw van pensioenaanspraken te verlangen. Tijdsevenredigheid is alleen mogelijk als een bepaalde, vaste uitkomst is beoogd, hetgeen bij premieovereenkomsten niet het geval is. Bij premieovereenkomsten is geen sprake van een bepaald beoogd pensioen dat gedurende een bepaalde periode wordt opgebouwd. Een premieovereenkomst is niet gericht op een bepaald eindresultaat, maar maakt dat eindresultaat van de ingelegde premie afhankelijk. De hoogte van die premie kan fluctueren, voor zover dat past binnen de afspraken die werkgever en werknemer daarover hebben gemaakt. Door het ontbreken van de koppeling aan een bepaald beoogd eindresultaat kan volgens de wetgever geen sprake zijn van een eis tot een in de tijd evenredige opbouw. Daarom is het mogelijk dat werkgever en werknemer de inleg over de tijd laten variëren(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b60573a538db2dca85f973bbdb0549c3db261bb0b79cf9ccf79c69382cbd3386, en de alinea staat in dat document op bytes 27845 tot 28840.