Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4606.
De ontvanger mocht, naar het oordeel van het hof, niet meer van de door hem ingeslagen civiele weg afwijken. De ontvanger heeft bij de verdachte de indruk gewekt bij de invordering slechts gebruik te maken van een civielrechtelijke dwangbevoegdheid, de vordering tot lijfsdwang. De verdachte behoefde er, gelet op de gevoerde procedures die tot de lijfsdwang hebben geleid, geen rekening mee te houden dat de ontvanger in het tripartite overleg zou aandringen op strafrechtelijke vervolging. Hierbij speelt mee dat gijzeling blijkens artikel 587 Rv heeft te gelden als een ultimum remedium. Wanneer een dergelijk middel wordt aangewend, behoeft naar het oordeel van het hof door de betrokken persoon geen rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat nog een andere procedure, in casu de strafvorderlijke, voor hetzelfde doel zou worden aangewend. De verdachte mag zich daarbij voorts beroepen op de tekst van de LI 1990.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae, en de alinea staat in dat document op bytes 28778 tot 29719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae | shasum -a 256