Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4606.

"Indien de ontvanger beslag heeft gelegd onder een derde en dit beslag is gevolgd door een beslag door een andere schuldeiser, heeft opheffing van het beslag door de ontvanger, gevolgd door een vordering op grond van het voorgestelde artikel 20 tot gevolg dat de mede-schuldeiser zelfstandig de uitwinning moet voortzetten. Zou de waarde van de goederen of de gelden waarop beslag is gelegd niet de desbetreffende belastingschuld overtreffen, dan is een dergelijke voortzetting zinledig. De voortzetting echter kan voor de mede-schuldeiser leiden tot extra (proces)kosten, en daardoor tot een lagere netto-opbrengst van zijn beslag, alsmede tot vertraging in de afwikkeling. Deze gevolgen brengen echter naar ons oordeel op zichzelf geen strijdigheid mee met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit zou echter in bepaalde gevallen anders kunnen liggen, afhankelijk van de voorgeschiedenis, bij voorbeeld afspraken tussen de ontvanger en de mede-schuldeiser, de ernst van de gevolgen voor de mede-schuldeiser, de beweegredenen c.q. de belangen van de ontvanger en overige omstandigheden die op het concrete geval betrekking hebben."(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae, en de alinea staat in dat document op bytes 33496 tot 34656.