Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4606.
3. In de onderhavige zaak is dit laatste mijns inziens het geval. Strikt genomen had met het doen van de aanzegging moeten worden gewacht totdat de aanzegging van het beroep conform art. 433, eerste lid, Sv had plaatsgevonden.(1) Van verdachte is geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend, maar hij hanteert blijkens de stukken van het hof als postadres het kantooradres van zijn toenmalige raadsman mr. A.M. Moszkowicz te Amsterdam, welk adres ook op de cassatieakte staat vermeld. Nadat de stukken op 18 december 2009 bij de Hoge Raad waren binnengekomen, is de aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv op 29 januari 2010 op dat postadres aan de secretaresse uitgereikt. Die aanzegging bevat de volgende zinsnede: "(...) tegen welke uitspraak het openbaar ministerie beroep in cassatie heeft ingesteld." Een kopie van de aanzegging is aan verdachtes toenmalige raadsman toegezonden. Blijkens een schrijven van mr. J.W. Soeteman, advocaat te Amsterdam, van 14 december 2010, gericht aan de strafgriffie van de Hoge Raad, heeft hij de zaak van mr. A.M. Moszkowicz overgenomen. In dit faxbericht staat vermeld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae, en de alinea staat in dat document op bytes 6248 tot 7384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81d98d8566da80a8ea348a980edd2a674c9a73a5aae156d11013c099fd3ac6ae | shasum -a 256