Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4663.

Tot slot beroep ik in dit verband HR 16 juni 2009, NJ 2009, 603 m.nt. Borgers in herinnering. Verdachte was aangehouden toen hij zich wilde vervoegen bij een advocatenkantoor. De politie was op de hoogte gekomen van de afspraak met de advocaat door het afluisteren van een telefoongesprek dat verdachte met de advocaat heeft gevoerd. Verdachte had de advocaat gebeld in verband met een doorzoeking van zijn woning waar, naar zijn zeggen, 100 g coke, een vuurwapen en contant geld was gevonden. Het hof nam als uitgangspunt aan dat een advocaat zich ook moet kunnen verschonen van het antwoord op vragen of de verdachte hem heeft bezocht of zou gaan bezoeken en zo ja, wanneer, waar en op welk tijdstip. De inhoud van het afgeluisterde gesprek had volgens het hof niet operationeel gebruikt mogen worden, omdat het telefoongesprek volledig onder het verschoningsrecht viel. Het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de strafvervolging. De Hoge Raad vond de motivering van deze sanctie onbegrijpelijk, maar deed daaraan wel de volgende overweging voorafgaan:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700b06ccfdf927d26ab3dc84ac9c1ffacf4c77b00fa6b4fe72a27b37bc1a2fb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700b06ccfdf927d26ab3dc84ac9c1ffacf4c77b00fa6b4fe72a27b37bc1a2fb9, en de alinea staat in dat document op bytes 19667 tot 20741.