Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4663.
3.9. Als het gegeven dat iemand een afspraak gemaakt met een advocaat al onder de werkingssfeer van artikel 218 Sv valt lijkt mij de stap naar het oordeel dat bescheiden die betrekking hebben op de afrekening voor de verrichtingen van een advocaat ook onder het bereik van deze bepaling vallen, niet te gewaagd. Ik wijs er in dit verband nog op dat de bescheiden in beslag zijn genomen in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek. Zo'n onderzoek is gericht op de bepaling van het door een verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 126 lid 2 Sv). Declaraties en betalingsbewijzen die betrekking hebben op de door een advocaat verrichte diensten zijn in dit verband gevoeliger dan in ander verband. Uit deze bescheiden zal immers kunnen blijken van de afspraken over de financiële afwikkeling van de bijstand door de advocaat, meer bepaald dat niet van een toevoeging gebruikgemaakt wordt. Zo een gegeven is in een strafrechtelijk financieel onderzoek niet van belang ontbloot; het kan een verwijzing betekenen naar de vermogenspositie van betrokkene. Het komt mij voor dat aldus aan politie en OM uit het vertrouwelijk verkeer tussen advocaat en cliënt gegevens bekend kunnen worden waarover de advocaat, desgevraagd, zou mogen zwijgen. Van het standpunt van de advocaat die stelt dat zulke bescheiden onder zijn verschoningsrecht vallen, kan naar mijn mening niet gezegd worden dat er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het onjuist is. Naar mijn mening zou het maatschappelijk belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden geweld worden aangedaan, indien ten behoeve van een strafrechtelijk financieel onderzoek de betalingen aan een advocaat voor diens verrichtingen in de hoofdzaak of in dat onderzoek niet onder de bescherming der vertrouwelijkheid zouden vallen. Als iemand die zich om advies wendt tot een advocaat erop beducht zou moeten zijn dat de afspraken die hij met de advocaat maakte over de betaling van diens diensten voor politie en OM voor het grijpen liggen, kan dat een belemmering opwerpen om zich tot een advocaat te wenden, zeker als hij zich tot de advocaat wendt juist in verband met zijn procespositie in een verwachte ontnemingsprocedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700b06ccfdf927d26ab3dc84ac9c1ffacf4c77b00fa6b4fe72a27b37bc1a2fb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700b06ccfdf927d26ab3dc84ac9c1ffacf4c77b00fa6b4fe72a27b37bc1a2fb9, en de alinea staat in dat document op bytes 21515 tot 23853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/700b06ccfdf927d26ab3dc84ac9c1ffacf4c77b00fa6b4fe72a27b37bc1a2fb9 | shasum -a 256