Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4805.

Art. 843a Rv. bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking kan vorderen van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Voor het vorderen van inzage, een afschrift of een uittreksel van bepaalde informatie geldt dus als één van de drie cumulatieve voorwaarden dat het moet gaan om bepaalde bescheiden die een (rechts)persoon te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Deze bepaaldheidseis brengt onder meer mee dat met voldoende zekerheid moet kunnen worden vastgesteld dat het stuk waarvan inzage wordt gevraagd bestaat(11). Niet vereist is dat ieder opgevraagd stuk met naam en datum wordt gespecificeerd, maar in het licht van de vordering moet voldoende duidelijk zijn om welke bescheiden het gaat en om welke reden zij van belang zijn, alsmede dat de verzochte inzage niet verder strekt dan noodzakelijk is(12). De vraag of een vordering op grond van art. 843a Rv. voldoende bepaald is, is dus mede afhankelijk van de omstandigheden van het geval, en in zoverre in cassatie beperkt toetsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2c6900f1cd8798068335e2ba5ccac31cfe2e0d94e0e1722a36293f7abefdfbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2c6900f1cd8798068335e2ba5ccac31cfe2e0d94e0e1722a36293f7abefdfbe, en de alinea staat in dat document op bytes 32055 tot 33223.