Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4948.
48. De opvatting die ik hiervóór heb verdedigd - en die erin uitmondt dat de opbrengst van een executie, zo lang niet daadwerkelijke betaling ten gunste van de desbetreffende crediteur(en) heeft plaatsgehad, valt in de boedel van een faillissement dat vóór dat ogenblik intreedt - brengt met zich mee dat de rechtbank in de omstandigheden die haar ter beoordeling werden voorgelegd, tot een juiste beslissing is gekomen (waarbij ik daar kan laten of alle argumenten die de rechtbank daartoe heeft gebezigd, juist en overtuigend voorkomen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477, en de alinea staat in dat document op bytes 48609 tot 49165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477 | shasum -a 256