Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4948.

Als belangrijkste oorzaak daarvoor wijs ik het gegeven aan, dat de wet ervan uitgaat dat bij de verdeling van de opbrengst van een executie (in dit geval: van onroerend goed) alleen die crediteuren in aanmerking (kunnen) komen die op een beperkt recht in de zin van art. 551 Rv. aanspraak kunnen maken, of die tijdig door (conservatoir dan wel executoriaal) beslag hun aanspraak op "meedelen" in de executie-opbrengst geldend hebben gemaakt(7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477, en de alinea staat in dat document op bytes 15056 tot 15513.