Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4948.

19. Ik denk ook niet dat de wetgever, toen de in alinea's 14 en 17 beschreven regel tot stand kwam, zich heeft laten leiden door gedachten over de gegevens "verlaten van het vermogen van de debiteur" of "einde van de executie" - de twee thema's die het debat in dit geding tot dusverre hebben bepaald. Veeleer lijkt mij aannemelijk dat de wetgever in 1992 heeft voortgebouwd op de regel die de daarvóór geldende wettelijke regeling kende, en die inhield dat men om bij de verdeling van de executieopbrengst in aanmerking te komen, vóór de executoriale verkoping "oppositie" moest hebben gedaan(11),(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477, en de alinea staat in dat document op bytes 18941 tot 19561.