Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4948.
30.2. Maar er zijn ook argumenten die daartegen pleiten. In de situaties waarop het arrest van 12 januari 2001 betrekking heeft - zoals ik in alinea 28 opmerkte: een contractuele regeling tussen de betrokkenen, ingevolge welke betaling op de kwaliteitsrekening plaatsvindt, en de verdere rechtsverhouding wordt bepaald door "de voorwaarden die in hun onderlinge verhouding nader gelden" -, heeft de partij van wie het geld afkomstig is inderdaad, ter voldoening aan bepaalde afspraken, betaald - soms: voorwaardelijk betaald, maar ook dan: betaald. Wat dat betreft is er gelijkenis met de in alinea's 7 - 10 hiervóór besproken situatie: er heeft een betaling ten laste van het vermogen van de debiteur plaatsgehad, ten gunste van de door de partijafspraken geregeerde kwaliteitsrekening; en daardoor is het betaalde bedrag verder aan verhaal van andere crediteuren onttrokken (behoudens voor zover hun debiteur tenslotte rechthebbende ten aanzien van het saldo van de rekening blijkt te zijn).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477, en de alinea staat in dat document op bytes 30573 tot 31581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2f97caffcd4ba18467d4419f2db4928c825b34c2f5023d9fbfc4e999c1e2477 | shasum -a 256