Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP5162.

3.3.2. Het voorschrift van artikel 36e, lid 6 Sr stipuleert dat bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat in rechte toegekende vorderingen in mindering worden gebracht. Deze bepaling is geredigeerd als een verplichting, en niet slechts een (discretionaire) bevoegdheid. Vervolgens rijst de vraag of het betreffende voorschrift in feitelijke aanleg tot ambtshalve toepassing noopt dan wel bij die gelegenheid een beroep op verrekening vereist.(3) Het eerste impliceert dat de ontnemingsrechter in elk geval bekend is of bekend kan zijn met de betreffende vordering en de toekenning ervan in rechte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 7185 tot 7859.