Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP5162.

Wil een cassatiemiddel dat klaagt over het nalaten van verrekening ex artikel 36e, lid 6 Sr kans van slagen hebben, moet de combinatie van de vier genoemde (negatieve) omstandigheden zich niet hebben voorgedaan. Met andere woorden (zo leert een 'a contrario'-redenering mij), indien deze rechtsoverweging zou worden getransformeerd in een opsomming van de formele voorwaarden voor het verkrijgen van een inhoudelijke beoordeling van de klacht in cassatie, betreft zij, als ik het goed zie, een viertal alternatieve, voldoende voorwaarden. Aangezien reeds uit de stukken van het geding kan volgen dat het hof bekend was met de vordering en haar onherroepelijke toekenning in rechte, vergt de klacht een inhoudelijke beoordeling. Bij die stand van zaken zal ik op het middel in gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 9823 tot 10617.