Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP5162.
3.6.2. Het begrip 'voordeel' heeft onmiskenbaar bedrijfseconomische trekken. Het is het in geld uitgedrukte resultaat van de wederrechtelijke activiteit, dat wil zeggen: opbrengst ervan minus de kosten die rechtstreeks waren verbonden aan het realiseren van die opbrengst. Voor aftrek lenen zich de kosten die in een directe relatie staan tot de voltooiing van het delict.(13) De aanwijzing van het College van procureurs-generaal rept in dit verband van kosten die niet zouden zijn gemaakt als het strafbare feit niet was gepleegd en die door de betrokkene zijn betaald.(14) In de literatuur wordt ook wel gepropageerd dat kosten voor aftrek in aanmerking komen indien zij 'noodzakelijk' zijn, dan wel 'reëel' zijn.(15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 19574 tot 20309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac0aef1f164b58b8aa6f3c9bd98fca0befc335d1619bf4ab432d1faf523ecbb3 | shasum -a 256