Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011
Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6138.
7.4.5. Slotsom van het voorgaande is m.i. dat de wetgever ten behoeve van de bescherming van gegevens van gevoelige aard op zichzelf geen verschoningsrecht in het leven heeft willen roepen. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft geleid tot verankering van een daartoe strekkend grondrecht in verdragen en de Grondwet. Op dit recht mag evenwel onder strikte voorwaarden (en in het belang van de waarheidsvinding) inbreuk worden gemaakt. De ontsluiering van persoonlijke en intieme gegevens heeft de betrokkene zoals gezegd onder omstandigheden in het belang van de waarheidsvinding te gedogen. Daarnaast brengt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt voor de arts een geheimhoudingsplicht mee die door de betreffende patiënt kan worden opgeheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00, en de alinea staat in dat document op bytes 41828 tot 42624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00 | shasum -a 256