Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6138.

Het verschoningsrecht staat op gespannen voet met de waarheidsvinding.(11) Als hoofdregel prevaleert het verschoningsrecht,(12) maar het is niet ongelimiteerd. Zo zijn brieven en geschriften die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend geen object van de bevoegdheid tot verschoning.(13) Zij mogen zonder toestemming van de verschoningsgerechtigde in beslag genomen worden, doch het is de verschoningsgerechtigde die in eerste instantie heeft te beoordelen of de geschriften waarvan inbeslagneming wordt beoogd behoren tot de hier bedoelde categorieën van geschriften, te weten de 'corpora et instrumenta delicti', die aan de bescherming van het verschoningsrecht zijn onttrokken. De rechter mag dit standpunt slechts marginaal toetsen, in die zin dat hij dit standpunt heeft te eerbiedigen tenzij er redelijkerwijze geen twijfel over kan bestaan dat het onjuist is.(14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00, en de alinea staat in dat document op bytes 15184 tot 16113.