Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6138.
7.4.3. Allereerst de privacy. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een grondrecht. Dit recht is verankerd in artikel 8 EVRM, artikel 17 IVBPR en artikel 10 Gw. Het tweede lid van artikel 8 EVRM bepaalt dat een inmenging in de uitoefening van dit recht van overheidswege alleen is toegestaan voor zover bij wet voorzien, in een democratische samenleving noodzakelijk en in het belang van (onder meer) het voorkomen van strafbare feiten. De inbreuk op de privacy waarmee de aanwending van een veelheid aan dwangmiddelen gepaard gaat is derhalve - onder voorwaarden - toegestaan onder artikel 8 EVRM. Door het aftappen van telefoongesprekken kunnen opsporingsinstanties op de hoogte komen van buitengewoon intieme informatie die soms over een telefoonlijn wordt uitgewisseld. Bij doorzoeking in een woning is een volgeschreven dagboek niet van inbeslagneming gevrijwaard; integendeel, het is voor justitie een interessant object. Stelselmatige observatie is geëigend om een min of meer volledig beeld te geven van bepaalde aspecten van iemands privéleven. Getuigen kunnen in beginsel worden gedwongen een verklaring af te leggen over intieme aangelegenheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00, en de alinea staat in dat document op bytes 37479 tot 38663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb8a4530f66d824d5ab91dc2f766522baa6c4a6c45ee3299d5fe929ec5e9cb00 | shasum -a 256