Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6159.

De raadsvrouw van de verdachte heeft, onder verwijzing naar de emailberichten die voorafgaand aan de behandeling in hoger beroep tussen de advocaat-generaal en de raadsvrouw zijn verstuurd, -kort gezegd- betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 3 en feit 6 ten laste gelegde. Gebleken is dat het DNA-profiel van de verdachte in 2004 ten onrechte in de DNA-databank is opgenomen aangezien de verdachte nadien van dat strafbare feit is vrijgesproken. Nu dit DNA-profiel heeft geleid tot een match met het spoor dat is aangetroffen bij feit 3 en feit 6 is die match onrechtmatig verkregen. Derhalve is er naar de mening van de raadsvrouw op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering sprake van een vormverzuim in het vooronderzoek, zodat de verkregen match bij feit 3 en feit 6 van het bewijs moet worden uitgesloten. Bij gebreke aan overig bewijs dient de verdachte van feit 3 en feit 6 te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bc83d39fbb81a478d6ad933aa590d43c6ca443fbf86705e04e2a2f174fd75fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bc83d39fbb81a478d6ad933aa590d43c6ca443fbf86705e04e2a2f174fd75fd, en de alinea staat in dat document op bytes 6771 tot 7743.