Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6159.
10. In de Nota naar aanleiding van het verslag van 8 juli 2003 worden schuldheling en verduistering genoemd als voorbeelden van delicten voor de opheldering waarvan DNA-onderzoek in zijn algemeenheid niet van betekenis zal kunnen zijn. Erg overtuigend acht ik deze voorbeelden niet. Voor het bewijs van beide delicten is immers van belang of de verdachte het geheelde of verduisterde onder zich heeft gehad. Voor de vaststelling daarvan kunnen DNA-sporen een gewichtige rol spelen. Het is echter aan de feitenrechter en niet aan de cassatierechter om hierover een oordeel uit te spreken. Zoals de andersluidende opvatting in bedoelde Nota laat zien gaat het hier immers om een oordeel dat sterk is verweven met omstandigheden van feitelijke aard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bc83d39fbb81a478d6ad933aa590d43c6ca443fbf86705e04e2a2f174fd75fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bc83d39fbb81a478d6ad933aa590d43c6ca443fbf86705e04e2a2f174fd75fd, en de alinea staat in dat document op bytes 22195 tot 22955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bc83d39fbb81a478d6ad933aa590d43c6ca443fbf86705e04e2a2f174fd75fd | shasum -a 256