Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6429.

Mijn medewerker heeft in dit verband telefonisch contact heeft gehad met een reclasseringsmedewerkster tot wier takenpakket het organiseren en begeleiden van werkstraffen behoort. Zij deelde hem mede dat het dikwijls voorkomt dat iemand geen gba-adres heeft, en toch een taakstraf uitvoert. De correspondentie verloopt in sommige gevallen via de advocaat. Ik leid hieruit af dat het gebrek aan een vaste woon- of verblijfplaats niet zonder meer onverenigbaar is met het opleggen en de voltooiing van een taakstraf. Ook de genoemde aanwijzing van het College laat zich hiermee rijmen, aangezien die aanwijzing ruimte laat voor uitzonderingen op de regel. Zij schrijft immers voor dat "zvw'ers" in beginsel niet in aanmerking komen voor een taakstraf. Waar degene zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland een aanbod doet tot het verrichten van een taakstraf en tevens aangeeft op welke wijze de daartoe benodigde communicatie met hem kan worden gerealiseerd, zal de rechter zijn oordeel dat een dergelijke strafmodaliteit, ofschoon als straf passend, om praktische redenen niet tot de mogelijkheden behoort m.i. moeten omkleden met de redenen waarom dat het geval is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29970dad683c25945a4c38babf13c2d28ae3be73095235165962445eabcda00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29970dad683c25945a4c38babf13c2d28ae3be73095235165962445eabcda00, en de alinea staat in dat document op bytes 9115 tot 10302.