Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6429.

4.2.1. Naar mijn inzicht volgt genoegzaam uit de bewijsmiddelen dat [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 227b Sr strafbaar gestelde feit. Ik volsta in dit verband op te merken dat het hof uit de bewijsmiddelen 1, 2, 5, 6, 7 en 8 heeft kunnen afleiden dat de verdachte met [medeverdachte] duurzaam een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd. Uit bewijsmiddel 9 heeft het hof kunnen afleiden dat [medeverdachte] van bedoelde gezamenlijke huishouding geen opgave aan de sociale dienst heeft gedaan. Voorts vloeit uit bewijsmiddel 2 voort dat [medeverdachte] in de bewezenverklaarde periode een uitkering genoot en uit bewijsmiddel 1 kan ten slotte worden afgeleid dat de verdachte uit die uitkering voordeel heeft getrokken. In zoverre faalt de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29970dad683c25945a4c38babf13c2d28ae3be73095235165962445eabcda00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29970dad683c25945a4c38babf13c2d28ae3be73095235165962445eabcda00, en de alinea staat in dat document op bytes 11019 tot 11807.