Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2011
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6597.
2.21.2 Dit geval deed zich voor in HR 22 september 2000, LJN: AA7201, NJ 2000, 631 (rov. 5.2-5.3) waarin een casco-verzekeraar weigerde de schade aan de auto van de verzekerde te vergoeden, omdat de verzekerde ten tijde van het ongeval dronken achter het stuur zou hebben gezeten. De rechter belastte de verzekerde met het bewijs dat een ander zijn auto bestuurde en hij slechts passagier was; maar de rechter had de verzekeraar moeten belasten met het bewijs, dat de verzekerde achter het stuur zat. Tegelijkertijd leidde de rechter uit de beschikbare gegevens reeds een vermoeden af van de juistheid van het door de verzekeraar verdedigde standpunt; dat vermoeden bracht mee dat de verzekerde tegenbewijs zou hebben moeten leveren (door aannemelijk te maken dat hij zelf niet achter het stuur zat). De verzekerde miste daarom belang hij zijn klacht over de onjuiste bewijslastverdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36eab7b0c09e64a915d3dde8f596601d610dd9ffae1147ee03753ab2b820ac5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36eab7b0c09e64a915d3dde8f596601d610dd9ffae1147ee03753ab2b820ac5e, en de alinea staat in dat document op bytes 32000 tot 32901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36eab7b0c09e64a915d3dde8f596601d610dd9ffae1147ee03753ab2b820ac5e | shasum -a 256