Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.
2.2 Cassatiemiddel 4 is gericht tegen rov. 3.7 van 's hofs arrest. In die - hierboven in 1.6 geciteerde - rechtsoverweging geeft het hof als zijn oordeel dat de rechtbank het beroep van [eiser] op het tekortschieten van FBS jegens hem onder de Cliëntenovereenkomst behalve op verjaring nog op een tweede zelfstandige, in rov. 4.6 van haar vonnis verwoorde grond laat stranden, te weten dat het beroep op de gestelde tekortkomingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dat deze tweede grond in appel niet is bestreden en dat het hof derhalve aan die grond is gebonden. Aangevoerd wordt dat het oordeel dat de rechtbank in rov. 4.6 op een zelfstandige grond heeft beslist dat [eiser] FBS niet meer op wanprestatie kon aanspreken, onjuist is althans niet naar behoren is gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 14760 tot 15585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00 | shasum -a 256