Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.

2.8 Cassatiemiddel 1 richt zich blijkens de aanhef tegen hetgeen het hof in rov. 3.6 tot en met 3.8 van zijn bestreden arrest heeft overwogen en beslist. In die rechtsoverwegingen onderzoekt en concludeert het hof ten slotte dat de rechtbank, ook voor wat betreft het beroep van FBS op verjaring, terecht heeft geoordeeld dat [eiser] zich niet meer kan beroepen op het tekortschieten van FBS in de nakoming van haar verplichtingen uit de Cliëntenovereenkomst. Met de over drie onderdelen verdeelde klachten in cassatiemiddel 1 wordt beoogd de door hof bereikte conclusie aan te vechten. Uit hetgeen hiervoor in 2.7 is geconcludeerd, volgt echter dat deze klachten in cassatiemiddel 1 reeds geen doel kunnen treffen wegens het ontbreken van het vereiste belang bij die klachten. Ook indien zij terecht zouden zijn aangevoerd dan leiden zij niet tot vernietiging van de beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank, voor zover in conventie gewezen. Die beslissing wordt immers mede en bovendien in gelijke mate gedragen door het tevergeefs bestreden oordeel dat het beroep van [eiser] op het tekortschieten van FBS jegens hem in de nakoming van de Cliëntenovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 19435 tot 20699.