Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.
2.10 Met cassatiemiddel 2 wordt rov. 3.10 van 's hofs arrest bestreden. In die rechtsoverweging staat het hof stil bij het betoog van [eiser] dat FBS jegens hem onzorgvuldig en in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door tot uitwinning van de zekerheden over te gaan pas nadat er aanzienlijke bedragen aan debetrente te zijnen laste waren geboekt. Dat betoog baat naar het oordeel van het hof [eiser] niet, omdat onvoldoende is gesteld en gebleken op grond waarvan op FBS de verplichting zou rusten om door uitwinning van zekerheden te voorkomen dat debetrente moest worden bijgeschreven. Het had op de weg van [eiser] gelegen om aan FBS kenbaar te maken dat hij wenste dat de zekerheden werden uitgewonnen. Van de rentebijboekingen op de rekening [001] werd hij immers steeds door middel van rekeningafschriften op de hoogte gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 22053 tot 22924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00 | shasum -a 256