Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.
2.13 Het is, gelet op de hoogte ervan, op zichzelf niet onaannemelijk dat aan de schuld, die na het sluiten eind oktober 1997 van de transacties tegenover FBS bleef bestaan, een voor [eiser] aanmerkelijke rentelast was verbonden. Maar er zijn ten processe niet zodanige feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die het aannemelijk maken dat [eiser] het financiële risico, dat verbonden was aan het lang laten voortbestaan van de schuld, niet kon in- en overzien en hij bijgevolg ter zake tegen zichzelf in bescherming diende te worden genomen noch dat dit een en ander voor FBS kenbaar was. Dit betekent dat er in casu geen voldoende grond is voor het aannemen van een bijzondere zorgplicht van FBS tegenover [eiser] met betrekking tot het oplopen van de debetrente op de rekening [001]. Nu in cassatiemiddel 2 wel van de aanwezigheid van die bijzondere zorgplicht wordt uitgegaan, kan het middel als berustende op een onjuist uitgangspunt geen doel treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 24871 tot 25847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00 | shasum -a 256