Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.
2.14 In appel heeft [eiser] in het kader van grief 2 zijn eis en de grondslag daarvoor aangevuld met een betoog, dat hierop neerkomt dat FBS in 2006 de zekerheden voor een bedrag van € 1.656.887,82 niet had mogen uitwinnen, omdat de vordering van FBS op hem per eind oktober 1997 ten bedrage van € 1.281.173,28 en de vordering wegens de over dat bedrag tot 30 september 2001 opgelopen rente ten bedrage van € 375.714,54 per 30 september 2001 waren verjaard. Dat betoog verwerpt het hof in rov. 3.9. onder verwijzing naar artikel 6:140 lid 4 BW. Daar is voor een rekening, waarop zowel vorderingen als schulden worden opgenomen, bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van het saldo verjaart door verloop van vijf jaren na de dag volgende op die waarop de rekening is geëindigd en het saldo opeisbaar is geworden. Het hof overweegt in verband hiermee dat gesteld noch gebleken is dat uiterlijk vijf jaren vóór 31 juli 2007, de dag waarop [eiser] is gedagvaard, de rekening [001] is beëindigd en het saldo opeisbaar is geworden. Tussen partijen is immers in confesso dat FBS ook na 1 november 1997 regelmatig rekeningafschriften is blijven sturen naar het door [eiser] opgegeven adres.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 25916 tot 27126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00 | shasum -a 256