Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.

2.17 Tussen partijen is niet in geschil dat rekening [001] een rekening was waarop zowel vorderingen als schulden werden bijgeboekt en dat na het sluiten van de op de Cliëntenovereenkomst stoelende transacties per einde oktober 1997 er op die rekening een negatief saldo resteerde. Verder is ten processe door [eiser] niet gesteld en is evenmin gebleken dat FBS na het sluiten van de transacties of vrij spoedig daarna ook ertoe is overgegaan de rekening te sluiten. Uit het processueel debat blijkt eerder van het tegendeel. FBS is, naar [eiser] heeft erkend, steeds de rente die [eiser] telkenmale aan haar verschuldigd raakte, op de rekening blijven bijboeken en heeft doorlopend ook de daarop betrekking hebbende rekeningafschriften naar het door [eiser] opgegeven adres opgezonden. Op dit laatste beroept SNS zich ook in het kader van de bestrijding van grief 2; zie de memorie van antwoord, sub 16. Bij deze stand van ten processe gebleken en door SNS aangevoerde feiten, heeft het hof aan artikel 6:140 lid 4 BW toepassing kunnen geven, ook al heeft SNS op dat artikel geen nadrukkelijk beroep gedaan bij de bestrijding van grief 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 28512 tot 29665.