Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6921.
2.18 Dat het hof toepassing heeft geven aan artikel 6:140 lid 4 BW, heeft wellicht [eiser] verrast. Maar dat feit alleen brengt nog niet mee dat moet worden geoordeeld dat het hof ten onrechte aan artikel 6:140 lid 4 BW toepassing heeft geven zonder eerst [eiser] de gelegenheid te bieden om zich over het voornemen om aan artikel 6:140 lid 4 BW toepassing te geven uit te laten. Die gelegenheid zou het hof aan [eiser] wel hebben moeten bieden, indien hij gelet op het verloop van het processuele debat in redelijkheid niet op het ambtshalve toepassing geven door het hof aan artikel 6:140 lid 4 BW bedacht had hoeven te zijn. Dat dit het laatste het geval is, wordt in cassatiemiddel 4 niet aangevoerd en is ook niet aannemelijk. Met het beroep op verjaring van de vordering van FBS met betrekking tot het negatieve saldo van de rekening [001] riep [eiser] juist de aanmerkelijke kans in het leven dat het hof artikel 6:140 lid 2 BW in de beoordeling van diens beroep op verjaring zou betrekken en was het aan hem om in de memorie van grieven of bij pleidooi daarop te anticiperen.((6))
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00, en de alinea staat in dat document op bytes 29685 tot 30786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a434e9606670edca88b75f6bc2b09d5ed5c251687f93560eac79189e6b1e2b00 | shasum -a 256