Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 210 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

4.4 In aanmerking genomen dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een medewerkster van de AIVD familieleden van verdachte instructies heeft gegeven over met verdachte te voeren telefoongesprekken, staat mijns inziens genoegzaam vast dat deze telefoongesprekken door de AIVD zijn afgeluisterd. Hoe de AIVD tot de conclusie is kunnen komen dat de inhoud van deze telefoongesprekken in aanmerking komt voor geheimhouding is volstrekt duister. Het verzoek was beperkt tot de gesprekken die verdachte met haar familie heeft gevoerd en dat nog wel gedurende een door het hof vastgestelde en zeer beperkte periode. Dat uit de inhoud van die gesprekken de werkwijze van de AIVD, de identiteit van medewerkers van de AIVD, de bronnen waaruit de AIVD zou putten, aan het licht zouden kunnen komen lijkt mij op zijn zachtst gezegd nogal onwaarschijnlijk. Bovendien zou de AIVD hebben kunnen overwegen om onderdelen van gevoerde telefoongesprekken waarvan de dienst het, gelet op artikel 15 van de Wet, bezwaarlijk zou vinden als deze in een strafdossier zouden worden opgenomen, niet te verstrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 43515 tot 44621.