Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 245 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

5.10 Het verzoek is in hoger beroep eerst bij fax van 5 oktober 2007 en ter zitting van 2 november 2007 gedaan. Blijkens het proces-verbaal van die zitting heeft de raadsman van verdachte overeenkomstig zijn pleitnotities aangevoerd dat de door de AIVD getapte gesprekken van verdachte en haar familieleden relevant zijn voor de waardering van het 'apothekersgesprek' en dat niet valt in te zien waarom zij niet ter beschikking zouden kunnen worden gesteld in het kader van de waarheidsvinding. Het verzoek ziet in beginsel op alle opgenomen gesprekken van [verdachte] en haar familie, maar van belang is de context waarin het 'apothekersgesprek' is gevoerd en die zou zijn waar te nemen in gesprekken (in tijd) rondom het apothekersgesprek.(13) Ter zitting van 24 januari 2008 is het verzoek deels toegewezen, namelijk

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 61557 tot 62389.