Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 279 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.
5.16 In de zaak die leidde tot HR 5 september 2006, LJN AV 4122, NJ 2007, 336 m.nt. Schalken speelden ook vragen met betrekking tot de verhouding van (toen nog) BVD-onderzoek en het strafrechtelijk onderzoek. Meer in het bijzonder lag de vraag voor in hoeverre de strafrechter controle kan uitoefenen over onderzoek door de BVD en dat kan toetsen en in hoeverre door de BVD vergaard materiaal in het strafproces kan worden gebruikt. Het Hof had voor het bewijs gebruik gemaakt van een aantal van de BVD afkomstige afgetapte telefoongesprekken. De Hoge Raad leidde uit de wetgeschiedenis van zowel de WIV 1987 als de WIV 2002(16) af dat de onderscheiden bevoegdheidstoedeling aan enerzijds de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en anderzijds de opsporingsdiensten niet in de weg staat aan informatieverstrekking door de BVD (later AIVD) aan de opsporingsdiensten. Voor de toetsing van de werkzaamheden van de geheime dienst is geen structurele rol weggelegd voor de rechter. Wel moet de rechter toetsen of in een strafprocedure waarin van de dienst afkomstig materiaal voor het bewijs wordt gebruikt is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 77146 tot 78307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7 | shasum -a 256