Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 284 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

5.19 Een andere zaak die in dit verband relevant lijkt is EHRM 18 mei 2010, nr. 26839/05 (Kennedy). Kennedy vermoedde dat hij, nadat hij vrij was gekomen na een veroordeling voor een ernstig misdrijf, het slachtoffer was van geheime bemoeienis van de overheid, onder meer erin bestaande dat zijn telefoongesprekken werden afgeluisterd. Kennedy verzocht de geheime diensten openheid van zaken te geven, hetgeen werd geweigerd. Hij wendde zich vervolgens tot het Investigatory Powers Tribunal (IPT). Bij het IPT kan iedereen klagen die stelt slachtoffer te zijn geweest van interceptie van communicatie. Het IPT berichtte klager dat het geen beslissing in zijn voordeel kon nemen. Dat kon betekenen dat er geen operaties plaatsvonden die erop waren gericht om de communicatie van klager te onderzoeken, maar ook dat er wel zulke operaties waren, maar dat die naar het oordeel van het IPT geoorloofd waren. De Engelse wetgeving voorziet voorts in de aanwijzing van een Commissioner met als taak het toezicht op de interceptie van communicatie. De Commissioner heeft recht op alle informatie die hij meent nodig te hebben in de uitoefening van zijn taak. Kennedy klaagde onder meer bij het EHRM dat artikel 6 lid 1 EVRM was geschonden omdat hij, bij de vaststelling van zijn burgerlijke rechten, geen eerlijk proces heeft gehad. Het EHRM overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 82028 tot 83384.