Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 293 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.
Het verzoek van de verdediging om subsidiair functionarissen van de AIVD als getuige te horen over de inhoud van telefoongesprekken die verdachte heeft gevoerd met haar familieleden is door het hof afgewezen omdat het hof, in de kern beschouwd, aannam dat dit een nutteloze exercitie zou worden. Ik meen dat dat oordeel niet onbegrijpelijk is. De AIVD heeft zich weigerachtig getoond en de betrokken ministers hebben op 14 september 2006 besloten dat aan het plaatsvervangend hoofd van de AIVD geen ontheffing op de voet van artikel 86 lid 2 van de Wet van de op hem rustende geheimhoudingsplicht zal worden verleend. Hoezeer ik ook moeite heb met deze houding van de AIVD kan ik niet anders dan vaststellen dat het hof een juist criterium heeft gebezigd en dat de afwijzing van het verzoek om deze functionarissen als getuige te horen tegen de zojuist geschetste achtergrond niet onbegrijpelijk is. Dat het moeilijk is om begrip op te brengen voor de beslissing van de AIVD brengt immers nog niet mee dat de consequenties die het hof, dat stuit op deze onwil, daaruit trekt ook onbegrijpelijk zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 89878 tot 90990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7 | shasum -a 256