Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 425 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

8.11 Ten aanzien van verzoeken tot het toevoegen van stukken en het verlenen van inzage is onder meer van belang de vraag of het om processtukken gaat. Voor zover het stukken betreft die van invloed kunnen zijn op het bewijs moet worden aangenomen dat - behoudens de bevoegdheid van de verdediging om harerzijds stukken in het geding te brengen en het bepaalde in artikel 414 Sv - de officier van justitie de stukken behelzende de resultaten van het opsporingsonderzoek aan het dossier toevoegt. Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek komt die verantwoordelijkheid toe aan de rechter-commissaris, tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de rechter. In het dossier dienen te worden gevoegd stukken welke redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin.(27) Als de verdediging de betrouwbaarheid van enig bewijsmiddel aanvecht, dient zo een verweer te worden onderzocht. De verdediging moet in beginsel kunnen kennisnemen van stukken die nog niet tot de processtukken behoren, wanneer die kennisneming van belang is voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal.(28)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 133976 tot 135141.