Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 495 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat enig telefoongesprek dat [verbalisant 2] heeft gevoerd met [betrokkene 9] is aan te merken als een door hem opgespoord strafbaar feit of als door hem ter opsporing verricht of bevonden, zoals bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering. In dit verband is van belang dat uit de door [verbalisant 2] als getuige in de strafzaken van [betrokkene 9] en [betrokkene 10] op 2 april 2007 afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris kan worden opgemaakt dat [betrokkene 9] die [verbalisant 2] in een bepaalde periode veel belde en dat [verbalisant 2] in die periode op enig moment ook tijdens zijn vakantie telefonisch benaderd is door die [betrokkene 9] met de mededeling dat [betrokkene 9] alles gelogen had, welke mededeling [verbalisant 2] toen niet heeft geloofd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 161503 tot 162440.