Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 497 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

10.5 Artikel 152 Sv schrijft voor dat de daar genoemde opsporingsambtenaren ten spoedigste proces-verbaal opmaken van het door hen opgespoorde strafbare feit of van hetgeen door hen tot opsporing is verricht of bevonden. Het staat de genoemde opsporingsambtenaren slechts dan vrij het opmaken van een proces-verbaal achterwege te laten ingeval hetgeen door hen is verricht of bevonden naar hun, aan toetsing door de officier van justitie onderworpen, oordeel redelijkerwijs niet van belang kan zijn voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing. Ingeval het opmaken van een proces-verbaal achterwege blijft, zal evenwel dienen te worden voorzien in een zodanige verslaglegging van de desbetreffende verrichtingen en bevindingen, dat doeltreffend kan worden gereageerd op een verzoek van de rechter in het eindonderzoek tot nadere verantwoording omtrent dat gedeelte van het opsporingsonderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 163146 tot 164075.