Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 556 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

12.15 Welke onderdelen van de verklaringen van [betrokkene 9] met betrekking tot de genoemde vuurwapens het hof relevant heeft geacht blijkt uit de 'Nadere bewijsoverweging voorhanden hebben wapens/(...)'.(45) Medeverdachten [medeverdachte] en [betrokkene 12] hebben wapens over de Nederlands-Belgische grens vervoerd, [medeverdachte] reizend in het gezelschap van verdachte, en zij hebben zowel in Nederland als in België wapens in bezit gehad. In Brussel lagen de wapens binnenshuis letterlijk voor het oprapen in de kamer van verdachte en haar toenmalige echtgenoot. Verdachte heeft derhalve niet alleen enige wetenschap gehad van haar mans wapenbezit maar ook een zekere machtsuitoefening en beschikkingsbevoegdheid over de wapens, nu zij de mogelijkheid had die uit hun verblijfplaats te verwijderen dan wel zich daarvan te distantiëren tot het moment van haar aanhouding op 22 juni 2005. In Nederland zijn de wapens bewaard in de kelder van [betrokkene 12], achter een luik waar ook de tas is aangetroffen met een verscheurd munitiedoosje en persoonlijke spullen en een haar van verdachte. Ook hieruit blijkt haar wetenschap, terwijl niet blijkt dat zij op enige wijze afstand heeft willen nemen van de wapens, aldus het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 190996 tot 192242.