Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 661 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.
De in de nadere bewijsoverweging omtrent de feiten 1A en B opgenomen vaststelling dat binnen de groep een interpretatie van de Koran en andere religieuze geschriften werd voorgestaan op basis waarvan groepsleden bij ontmoetingen en bijeenkomsten bepaalde regels voor de omgangsvormen tussen mannen en vrouwen en bepaalde kledingvoorschriften (voor vrouwen) in acht moesten nemen vormt één van de bouwstenen waarop het hof tot het oordeel is gekomen dat er sprake was van een organisatie in de zin van de artikelen 140 en 140a Sr. De vraag naar het (criminele/terroristische) oogmerk komt in de bewijsoverweging eerst na deze vaststelling aan de orde. Van het criminaliseren van het instellen of naleven van dergelijke (ongeschreven) gedragsregels is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 230998 tot 231783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7 | shasum -a 256