Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 716 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

Het hof heeft mijns inziens uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat het opzet zoals geëist door artikel 96, lid 2 Sr, aanwezig was. Daartoe moeten de feiten waarvan verdachte wordt beschuldigd in onderling verband worden bezien en moet ook het bewijs voor de andere (samenlopende) feiten in ogenschouw worden genomen. Op p. 23 van zijn arrest begint het hof met de overwegingen die betrekking hebben op het bewijs. Eerst buigt het hof zich over de betrouwbaarheid van de verklaringen van twee getuigen. Na een intermezzo in verband met een verzoek om toevoeging aan het dossier van andere stukken gaat het hof in op het apothekersgesprek (p. 26 e.v.). Op p. 30 e.v. openbaart het hof gedachten over het bewijs van de feiten 1A en 1B. Op p. 40 van zijn arrest heeft het hof nogmaals uitgelegd welk belang het apothekersgesprek heeft voor de veroordeling van verdachte. Daarna komt het bewijs voor de feiten 3 en 4 uitgebreid aan de orde (p. 42 e.v.). In het bijzonder wijdt het hof op p. 47 e.v. aandacht aan het terroristisch oogmerk. Op p. 49 gaat het hof in op het bewijs van feit 2 in een overweging die ik hiervoor al aanhaalde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 251662 tot 252821.