Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 791 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.
Voorts heeft de Hoge Raad verwezen naar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 9 maart 2006, NJ 2006, 488 (Van Esbroeck),(62) waarin het Hof artikel 54 Uitvoeringsovereenkomst van Schengen, dat kort gezegd de vervolging in de ene lidstaat verbiedt wanneer de verdachte in een andere lidstaat ter zake van dezelfde feiten onherroepelijk is veroordeeld, aldus uitlegde dat het relevante criterium om uit te maken of het gaat om dezelfde feiten is gelegen in de gelijkheid van de materiële feiten, begrepen als bestaan van een geheel van feiten die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, ongeacht de juridische kwalificatie van deze feiten of het beschermde rechtsbelang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 282431 tot 283149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7 | shasum -a 256