Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 798 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP7544.

Inzake het beperkte feit van het in bezit hebben van de Agram 2000 kan niet ontkend worden dat de materiele handelingen van verdachte zowel in de zaak die is afgesloten met het vonnis van de rechtbank als in de onderhavige zaak op zijn minst zowel qua subjectieve als objectieve strekking in elkaars verlengde liggen, als er al niet van samenvallen sprake is. Omdat de voorbereidingsdelicten zo nauw verband houden met de uiteindelijk te begane misdrijven lijkt mij ook sprake te zijn van een wezenlijke samenhang in de schuld van verdachte. De schuldvorm in beide vervolgingen is identiek. Het verwijt dat verdachte gemaakt kan worden van het in bezit hebben van de Agram 2000 gaat op in en maakt onderdeel uit van het bredere verwijt dat de voorbereidingsdelicten kenmerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc41f075c6f5e3cda14fd54ab23542ee9acd7e467bf6a3f99de2000cf05b73d7, en de alinea staat in dat document op bytes 289442 tot 290230.